Princinpes van de SAD

1. Alle experimenten met en op dieren moeten afgewezen worden op zowel ethische als ook op (medisch-)wetenschappelijke gronden.

2. Dierproeven vernietigen het respect voor het leven en maken de onderzoeker immuun voor het lijden van menselijke patiënten.

3. Experimenten met dieren zijn geen goede methode om diagnoses te stellen, onderzoek te verrichten of om menselijke kwalen te genezen. De organische, anatomische, biologische, genetische, psychische en sociale verschillen tussen mens en dier zijn zo substantieel, dat kennis verkregen uit dierproeven, niet alleen waardeloos, maar tevens misleidend is.

4. Experimenten op (en met) dieren worden louter en alleen uitgevoerd ten voordele van de dierproefnemers zelf, van hun commerciële (en financiële) ondersteuners en de proefdierfokindustrie. Dierproeven hebben een alibifunctie. Er is nog nooit wetenschappelijk statistisch bewijs geleverd waaruit bleek dat de resultaten uit dierproeven overzetbaar zouden zijn.

5. Het merendeel van de hedendaagse ziekten zijn van oorsprong niet organisch, maar hebben psychologische, sociale, voedingskundige, aan de omgeving gerelateerde en iatrogene (door medische behandeling of medicijnen opgelopen ziekten) oorzaken. Daarom heeft de officiële medische wetenschap geen oorzaakbestrijdende behandelingen aan te bieden. Men is niet in staat een verkoudheid, rheuma, arthrose, kanker of welke eeuwenoude ziekte dan ook te genezen. Integendeel; zij zijn in aantal toegenomen en steeds nieuwe ziekten (SMON, herpes, AIDS) zijn er aan toegevoegd. Door te trachten symptomen weg te nemen voorkomt men herkenning en eliminatie van de oorzaken.

6. Met het hoogste verbruik van laboratoriumdieren in de wereld zou Amerika de gezondste natie moeten zijn, maar het is één van de meest zieke, en staat slechts op de 17e plaats op de wereldranglijst van levensverwachtingen, na verscheidene (3e wereld) landen, waar zulk onderzoek onbekend is.

7. Gezondheidszorg vereist vòòr alles preventie, verdere toepassing van één of meer van de disciplines die terzijde zijn gezet door de officiële geneeskunde, vanwege haar obsessie voor dierproeven. Er zijn diverse zogenaamde ‘alternatieve’ methodes die bewezen hebben effectief en economisch verantwoord te zijn.

8. De geneeskunde zou zich bezig moeten hoeden met de gehele mens en methodes moeten aanwenden die in relatie staan tot de oorzaak en de patiënt. Dit in plaats van een veterinaire geneeskunde, die toegepast op mensen op zijn best acute symptomen vervangt door chronische aandoeningen, maar vaker nieuwe ziekten creëert.

9. De veterinaire opleidingsinstituten zouden dezelfde principes moeten toepassen die ook voor mensen gelden. Dus geen kunstmatige interventies op gezonde dieren om ziekten en verminkingen toe te brengen en die studenten gevoelloos maken, maar zorgvuldig onderzoek en gelijkgestemde behandeling van spontane ziekten en natuurlijke ongelukken.

10. Om al deze redenen is het eisen van totale afschaffing (een verbond bij de wet) van alle dierproeven niet alleen mogelijk maar tevens noodzakelijk.